Ode aan een kleine stad

Als we opstaan: eerst koffie! Terwijl de koffie doordruppelt ga ik de poort uit naar links, naar één van de drie beste bakkers van de stad (minder dan 1 minuut lopen). Als ik terug ben met warme croissants is de koffie net klaar. Maar niet op donderdag. Soms vergis ik me en loop ik dat hele eind naar de bakker voor niets. Die is namelijk 6 dagen per week open, maar niet op donderdag. Op donderdag lopen we naar één van de andere top-drie bakkers in de stad (6 minuten lopen). Als we vroeg op zijn gaan we soms samen naar onze bakker, maar dus niet op donderdag. Op donderdag maken we boodschappenlijstjes en lopen we naar de markt (4 minuten lopen). Onze bakker heeft een koffieshop in zijn bakkerij (nee, niet in de Nederlandse betekenis) want er is best wel reuring in onze straat, een van de hoofdwegen van de stad. Vooral in zomer als er veel toeristen zijn. In de zomer komt de dochter van de bakker helpen. Ze studeert op de universiteit maar komt trouw elke vakantie naar huis. Ze heeft een Vlaams vriendje en wil Nederlands oefenen met ons. Haar Vlaams is inmiddels beter dan ons Vlaams, ze heeft van nature al dat Franse accentje wat je nodig hebt om Algemeen Beschaafd Vlaams te spreken.

Voor de dagelijkse boodschappen gaan we naar de Intermarché, de poort uit naar rechts en gelijk weer rechts (7 minuten lopen), maar we gaan zeker de zware flessen en de volumineuze pakken toiletpapier niet lopend naar huis brengen. Deze Intermarché bezorgt aan huis als je in de stad woont. Het meisje aan de bezorgbalie (‘Le Drive’)  kent ons inmiddels en sinds ze op vakantie is geweest in Canada begroet ze ons met ‘Bonjour-hi’ (Hallo in het Frans en Engels, maar in één adem uitgesproken). Ze zegt altijd hetzelfde: jullie boodschappen worden tussen kwart voor twee en kwart over twee thuisbezorgd (dat is het tijdslot voor als de bestelwagen langs ons huis rijdt).  Opmerkelijk dat dit stadje twee vestigingen van de Intermarché heeft. De andere (8 minuten lopen) is de poort uit naar links, voorbij onze groenteboer (1 minuut lopen), de bakker en de slager/traiteur (2 minuten lopen), de Opel & Suzuki-garage aan de linkerkant en de Renault & Nissan-garage aan de rechterkant. We gaan er zelden heen, behalve als we bij de naastgelegen BricoMarché moeten zijn voor een schroefje en een lampje en een dingetje. We rijden in Frankrijk in een Renault, een garage op loopafstand (5 minuten) kan zo maar de merkkeuze bepalen. Had dus ook een Opel kunnen zijn (4 minuten lopen), of een Citroën (6 minuten lopen) of een Honda (maar dat is al wel weer 11 minuten lopen).

De bus stopt vlakbij. Dat is gemakkelijk als we ergens verder weg naar toe willen en niet met de auto willen, bv ons ziekenhuis (5 minuten met de bus, 20 minuten lopen) of het treinstation (4 minuten met de bus, 15 minuten lopen).

Wij lopen bijna dagelijks in de schaduw van de huizen van onze avenue naar één van de vele plataanoverschaduwde pleintjes met terrassen in onze stad voor een koele pression (4-6 minuten lopen). Welja, op deze zaterdag ook al om 12 uur, een apéro voor de lunch. We kwamen op het Place de la République op het terras in contact met een dame van 92, weduwe, slecht ter been. Ze woont in een appartementje aan het plein en is al jaren weduwe. Haar hoogtepunt van de week was het déjeuner op zaterdag, vertelde ze. Ze zei dat ze de ochtend kwijt was aan het zich zo mooi mogelijk aankleden (we hebben haar daarmee gecomplementeerd) en naar het restaurant schuifelen. Daarna lekker eten, siesta en de dag was weer voorbij. Het was een echt dametje. Op zondag werd ze om de beurt door één van haar kinderen opgehaald voor het déjeuner, maar de zaterdag was toch echt het hoogtepunt van de week. We hebben haar een koffie aangeboden (die ze normaal niet nam, te duur in een restaurant vond ze), in ruil voor verhalen over het oude Orange. Ze vond het een goede ruil.

In het najaar fietsen of lopen we voor de lol nog wel eens naar Châteauneuf-du-Pape (een uur lopen door de wijnvelden), om de nieuw oogst te proeven. Nee, niet lopende terug, we kijken wel mooi uit. De bus stopt immers vlakbij, zoals ik al schreef. Of we lopen de heuvel op naar de eik die in 1953 door Koningin Juliana is gepland, maar daar moet je wel goed naar zoeken de eerste keer. Dat heb ik gedaan, jaren geleden, en ik heb hem ook gevonden. Het herinneringsplakaat onder de boom was helemaal vervuild. Ik ben naar huis gelopen, heb een emmertje sop gehaald en heb Juliana lekker staan afboenen. Een passerende inboorling vroeg wat ik aan het doen was, en toen ik het uitlegde, vond hij het een mooi gebaar.

Als we uit eten gaan hebben we de keuze uit 25 restaurants, alle cuisines, alle prijsklassen (4-10 minuten lopen op de heenweg, terugweg soms langer, we drinken er immers nog wel eens een lekker glaasje Rhône bij). Onze zakelijke bank (6 minuten lopen) en onze bank voor de privérekening (5 minuten lopen) frequenteren we tegenwoordig wat minder. Beiden hebben inmiddels prima internetbankieren en het internet hier is voortreffelijk. De huisarts en de tandarts, gelukkig niet zo vaak nodig, zitten knus bij elkaar in hetzelfde medische kantoorgebouwtje met ruime parkeergelegenheid, maar voor ons 5 minuten lopen (de poort uit links) . Wij leven hier in Orange en plein ville. En onze Renault, die staat koel te zijn in de garage, die gebruiken we maar zelden.